naar top
Menu
Logo Print
07/01/2019 - ALGEMEEN REDACTIE

DUAAL LEREN EN WERKEN, WAT HEEFT U ERAAN?

60% beroepscompetenties kunnen op werkvloer worden aangeleerd

Vaktechnische kennis die je leert op school combineren met competenties en vaardigheden die je in de vingers krijgt op de werkvloer, dit is de best mogelijke combinatie om jongeren een beroep aan te leren. Dit vermoedden deskundigen decennia geleden al en die aanpak brachten zij toen ook al in de praktijk. Gaandeweg ontdekten zij dat 60% van de vereiste beroepscompetenties kunnen worden aangeleerd op de werkvloer. Schoolgaan en werkplekleren is daarom een uitstekende combinatie. In ons land bestaat die combinatie al onder de vorm van leercontracten. Twee jaar geleden kwam daar het nieuwe stelsel 'duaal leren en werken' bij.

Werkplekleren

CONCEPT

Duaal leren is ook bij ons niet meer helemaal nieuw, want op het eind van dit schooljaar al studeren de eerste jongeren af die dit traject hebben gevolgd. Toch blijkt dat ook vandaag nog te weinig ondernemingen het concept duaal leren kennen. Echt verbazen doet dit niet, omdat de grens tussen de begrippen leercontract, leertijd, duaal leren en werkplekleren niet altijd even duidelijk is. Eigenlijk hoeft dit ook niet voor het bedrijf dat een jongere graag een stage- of werkplaats wil bieden. De essentie die deze vier begrippen gemeen hebben, is dat de jongere een schoolse opleiding combineert met een opleiding op de werkvloer. Een schets van de mogelijkheden van duaal leren.

Duaal leren

DUAAL LEREN VERENIGT VRAAG EN AANBOD

Begin 2017 ging de Vlaamse regering van start met het nieuwe stelsel 'duaal leren en werken'. Het houdt in dat jongeren vanaf 15 jaar 'leren op school' combineren met 'leren op de werkvloer'. Bij duaal leren en werken worden de competenties voor het grootste deel op de werkvloer verworven. In de leertijd kan de leerling een onderwijskwalificatie behalen, namelijk een getuigschrift secundair onderwijs tweede of derde graad of een diploma secundair onderwijs derde graad. De onderwijsverstrekker (d.i. CLW, een voltijdse school, Syntra …) is gemachtigd om bij het slagen de beroeps- en/of onderwijskwalificatie uit te reiken.

In juni 2018 zullen de eerste leerlingen die dit stelsel hebben gevolgd, afstuderen. De kans is groot dat veel van die 17- en 18-jarigen in het bedrijf zullen blijven waar ze het traject 'duaal leren' hebben doorlopen, wat betekent dat het leerbedrijf dan meteen ook de eerste werkgever wordt. Een welkome samenloop van omstandigheden is dit, voor zowelhet leerbedrijf alsde jongere die afstudeert. De reden? Jongeren behalenvia dit traject een diploma en vinden vrij vlot een baan. En bedrijven vinden via dit traject een medewerker, die zij bovendien voor een flink stuk zelf hebben opgeleid én die hun bedrijf kent. Een geslaagde combinatie. Een sterke troef die elke vorm van werkplekleren heeft - en ook het duaal leren - is dat werkplekleren twee problemen op de arbeidsmarkt samenbrengt en oplost, namelijk:

  • 1. een schoolverlater zonder diploma vindt moeilijk of geen werk en
  • 2. veel vacatures in het voedingsbedrijf raken moeilijk ingevuld.

Waarbij de oplossing via duaal leren er dan in bestaat: een tiener die het traject 'duaal leren' succesvol heeft doorlopen, kan in de meeste gevallen zo goed als zeker aan de slag in het leerbedrijf of in een ander bedrijf van de betrokken sector.

GEMENGDE RESULTATEN

Goede cijfers

Duaal leren werd twee jaar geleden ingevoerd en past binnen het ruimere kader van werkplekleren en leertijd. Die formules worden niet zelden door ouderen nog wat meewarig bekeken, maar dat verhindert niet dat jongeren die leren en werken combineren kunnen uitpakken met resultaten waarvan zelfs hooggeschoolden alleen maar kunnen dromen. Een van de cijfers hierover staat in het schoolverlatersrapport dat onder meer in kaart brengt hoeveel schoolverlaters na één jaar nog niet aan het werk zijn. Het algemene gemiddelde hiervan (d.i. alle schoolverlaters) is 11%. Voor ongekwalificeerden is dit 37,5%, voor aso derde graad is dit nog 12,9%, en voor jongeren die een traject-leertijd hebben gevolgd is dit slechts 9,9%. Een verklaring hiervoor is dat jongeren die in zo'n traject stappen al op jonge leeftijd kenbaar maken dat zij klaar zijn voor de arbeidsmarkt. Het schoolverlatersrapport toont ook aan dat veel van de jongeren die leertijd hebben doorlopen binnen een relatief korte termijn zelfstandig worden. Een uitstekende kweekvijver voor de instroom van een nieuwe generatie ondernemers.

En minder goede cijfers...

Toch is het niet al goud dat blinkt, want het aantal leerlingen dat vandaag een traject duaal leren volgt in Vlaanderen, blijft voorlopig laag en zelfs heel laag. In absolute cijfers: 480 (2018). 
Redenen hiervoor zijn: tot vandaag worden nog te weinig leerlingen in die richting gestuurd en het traject duaal leren bestaat op dit moment nog maar in een beperkt aantal richtingen en in andere niet. Bijvoorbeeld: wel in de voedings-, niet in de groensector.

DUAAL LEREN IN DE PRAKTIJK
Wat?
In een traject duaal leren combineert een student leren met werken in een leeronderneming. 

Voor wie?
Jongeren tussen 15 en 25 jaar. Moeten ten minste de eerste twee jaar van het secundair onderwijs hebben voltooid.

Wie doet wat?
De school of Syntra informeert de leerling en ouders over de mogelijkheden van het traject en over de vereiste competenties die de leerling tijdens het traject duaal leren in het leerbedrijf moet verwerven.
De leeronderneming kan zich binnen het traject duaal leren en werken ontpoppen tot 'leerbedrijf'. Voorwaarde om de pet 'leerbedrijf' te mogen opzetten, zijn:
1. u moet iemand in huis hebben die de jongere gedurende zijn leertijd kan/wil begeleiden: een erkend mentor;
2. u moet een erkenning aanvragen via www.werkplekduaal.be;
3. u moet voldoende financiële draagkracht hebben;
4. u mag geen veroordelingen hebben opgelopen.

Een door FOD Werk erkende opleidingsinstantie of trainer leidt een medewerker van de leeronderneming op tot winkelmentor, die zich ertoe verbindt de leerling te begeleiden tijdens zijn werk in de leeronderneming. De opleiding is opgebouwd rond vier pijlers, nl.:
1. communicatie: hoe effectief communiceren als mentor;
2. coachen en groeien: het geloof in de 'coachee';
3. observeren en noteren: notities bijhouden en opvolgen;
4. opleidingsplan opstellen;

De mentor moet:
1. minstens 25 jaar zijn;
2. ten minste vijf jaar ervaring hebben;
3. onberispelijk gedrag vertonen.
Een kandidaat-leerbedrijf kan de school of Syntra contacteren.

Verloning
Eerste jaar van de alternerende opleiding: 453,20 euro per maand.
Na succesvolle beëindiging van het eerste jaar: 500,10 euro.
Na succesvolle beëindiging van het tweede jaar: 539,10 euro.

MEER WETEN?
www.werkplekduaal.be
www.onderwijs.vlaanderen.be/nl/duaal-leren